Dag 780: Doel 52 (Poppenkast)

Wie te weten komt dat ik thuis nauwelijks naar televisieprogramma’s kijk die werkelijks niets te maken hebben met voetballen vindt mij ongetwijfeld een sneu, niet erg assertief vrouwtje. Want er schijnen genoeg voetbalweduwes te zijn die ondanks die verstokte sportkijkers nog weleens iets zien dat zij zelf echt leuk vinden. Ach, als ik echt wil kan ik af en toe wel een soapaflevering meepakken. Maar vanaf vrijdagavond (Jupiler League) tot en met maandagavond (die Televizierringwinnaars) zit de afstandsbediening muurvast in de knuisten van manlief.

Dan kan je je afvragen waarom ik geen televisie op mijn werkkamer heb. Het antwoord is heel eenvoudig: daar wil ik niet wezenloos naar een scherm kijken. Dat is de uitgelezen plek om zelf iets creatiefs te doen. Maar een minstens zo belangrijke reden is dat ik in mijn eentje televisie kijken helemaal niet leuk vind. ‘s Ochtends kjken mijn man en ik graag samen naar het kanaal van National Geographic. In het begin bleven we hangen als we Cesar Millan en al die onaangepaste honden hadden gezien, maar tegenwoordig kijken we bewust en met veel interesse en plezier naar allerlei informatieve programma’s. We hopen er zoveel van op te steken dat we geen slecht figuur meer slaan als we bij Triviant een vraag over biologie, aardrijkskunde of geschiedenis krijgen.

Daarbij is er nog een beweegreden om niet te eisen dat we een keer en famille kijken naar het soort vermaak dat de televisiebazen onder de noemer human interest op de buis kwakkenHet is namelijk zo dat ik de laatste jaren de kijkkkast als een soort poppenkast ben gaan zien. Inderdaad, dat zou kunnen slaan op al die talentenjachten die misschien doorgestoken kaart zijn of die programma’s waarbij bekende nietsnutten strijden om een prijs die de kijker een week later alweer vergeten is. Maar ik bedoel het vrij letterlijk: al die meneertjes en mevrouwtjes die op de beeldbuis allerlei veel te intieme details van hun leven prijsgeven maken iets heel infantiels in mij los. Oude mensen gaan meestal in zichzelf mompelen, maar ik geef op luide toon mijn mening over alles dat mij voorgeschoteld wordt.

Tijdens de uitzendingen van The Voice of Holland hadden mijn man en ik regelmatig woordenwisselingen. Doodziek werd ik van die voorspelbare commentaren als die mag van mij zelfs door als ze niet kan zingen als hij weer eens een aantrekkelijke dame spotte. Nou snap ik zelf ook wel dat een varkensgezicht je danig in de weg zit zelfs als je de stem van een engel hebt, maar ik probeerde hem er toch aan te herinneren dat het volgens de naam van het programma om het stemgeluid ging. Tot overmaat van ramp stootte hij het kind dan aan dat direct begon te blaten dat de zangeres in kwestie inderdaad een lekker chickie was. Dan hoor ik die mannen nog liever lyrisch praten over de kwaliteiten van Lionel Messi.

Maar soms zie ik zelf wel in dat ook ik vreselijk irritant bezig kan zijn tijdens het kijken. Laatst keken we naar een aflevering van het zo romantisch bedoelde All you need is love. Volgens mij gaat dat programma een heel nieuw publiek aantrekken, want er was nogal wat treurigs te zien. Leedvermaak en voyeurisme zijn tegenwoordig ook aanwezig tussen de items over geheime verliefdheid en familie in den vreemde. Zoals die oetlul die door zijn vrouw was betrapt op chatten met allerlei vrouwen. Walgelijk vond ik hem en zijn misselijkmakende smoesjes. Zoals het poppenkastpubliek kijk achter je! joelde, moest ook ik mijn portie gal spuwen. Bang stamelde mijn man Maar ze heeft me op Wordfeud alleen maar gefeliciteerd met mijn overwinning, schat en daarna drukte hij me zijn iPhone in de handen. Zo, dat wist ik dan ook gelijk.

Helemaal giftig werd ik van die mutant die er al jaren een tweede gezin op na bleek te houden. Nou wil ik geen loze beloftes doen, maar zodra ik er lucht van krijg dat mijn man zich met zulke rottigheid bezighoudt is het einde oefening. Direct betrok ik alles op mezelf en zag ik één of andere snol met het kind dat ik er nog graag bij had willen hebben.  Mijn man beet ik toe dat hij in het vervolg buiten een straal van vijf meter van een niet-voetbalmoeder moest blijven omdat ik hem anders castreer met een bot nagelschaartje. En dat een Boris Beckertje zelfs een trainer van een pupillenteam uit de tweede klasse kon overkomen. Kortom, ik liet me flink meesleuren door de onsmakelijke details die een volslagen idioot en diens vergevingsgezinde echtgenote openbaar maakten. Het was werkelijk een genante vertoning bij mij thuis op de bank. In chips en cola had ik helemaal geen zin meer.

Voortaan kijk ik niet meer naar dit soort entertainment. Dan kan ik maar niet verlekkerd meepraten op het schoolplein of in de voetbalkantine. Dan maar met een zielig gezicht bekennen dat ik weer niet naar een spraakmakend programma heb gekeken, maar wel helemaal op de hoogte ben van de stand van zaken in de Nederlandse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Engelse voetbalcompetitie. Natuurlijk vinden al die voetbalmoeders mij dan verbazingwekkend suf en meegaand. Maar als ze er achter komen hoezeer ik me kan misdragen als het om ander vermaak gaat vrees ik dat ik helemaal terecht ongenadig word uitgelachen.

 

Dag 779: Doel 37 (Simpel)

Als er iets is waar ik heel goed in ben dan is het wel van een mug een olifant maken. Af en toe heb ik grote moeite met het scheiden van hoofd- en bijzaken en back to basics komt niet voor in mijn vocabulaire. Daar moet ik toch iets aan gaan doen, want mijn hoofd en huis worden zo zoetjes aan toch wel te krap voor alles wat er ik in stop. Helaas leidt dat voornemen er toe dat ik allerlei boeken aanschaf die mij wijsmaken dat een opgeruimde ziel in een opgeruimd huis woont. Die boekwerkjes zie ik in de winkel liggen en dan moet het gelijk aangeschaft worden omdat ik zonodig mijn leven moet stroomlijnen. Vooralsnog leidt dat voornamelijk tot overvolle boekenkasten, iets dat ook de bedoeling niet was

De drama queen in mij zorgt ervoor dat ik jarenlang met mezelf in de knoop heb gezeten. Nu ik vijftig ben heb ik de meeste levensvragen subiet uit het raam gedonderd. Wat ik na al die jaren nog niet bereikt heb is hoogstwaarschijnlijk de moeite niet waard. Over een levensmotto heb ik lang en hard nagedacht. Het kon me niet diepzinnig genoeg zijn, maar tegenwoordig verkies ik Glücklich ist wer vergißt was doch nicht zu ändern ist boven de modieus-zwartgallige buiktattoo van Angelina Jolie die stelt dat wat haar voedt haar ook verwoest. Tot vorig jaar oktober kon ik vechten tegen de bierkaai en diep ongelukkig zijn als ik dingen niet kon veranderen. Maar ja, wat voor zin heeft het als het inhoudt dat ik dan mensen en hun oordeel over mij zou moeten veranderen? Dat gaat nooit gebeuren natuurlijk.

Sinds er een grote schoonmaak in mijn priveleven heeft plaatsgevonden lig ik ‘s nachts niet meer te piekeren. Zoveel mis is er niet met mijn normen en waarden en bloedverwanten die mij als resultaat van een meningsverschil direct geblokkeerd hebben op Twitter wens ik bij deze een lang en ongelukkig leven toe. Vanaf nu kijk ik met weemoed terug op de vele leuke dingen uit mijn verleden en zet ik een dikke streep onder de rest. Zo, het hoofd is eindelijk vrij schoon. En nu mijn huis nog. Daarmee bedoel ik overigens niet dat ik een professional ga inschakelen die goed is in het reinigen van mijn leefomgeving. Niemand is hier allergisch voor huisstof, dus er is geen enkele reden om er enkele liters Dettol doorheen te jagen.

Inmiddels bezit ik allerlei boeken die mijn leven overzichtelijker beloven te maken. Trinny en Susannah voorzien mij van tips die voorkomen dat ik met kleding thuiskom die beter past bij een opgewekt en sportief type van 1.80 meter. Na zorgvuldige bestudering ben ik tot de slotsom gekomen dat ik zwart blijf dragen, dat ik v-hals truien moet aantrekken en dat het helemaal niet zo erg is dat ik het silhouet van een kroket heb. Er liggen ergens nog boeken over handtassen en shoppen in Engeland- wie zou zonder kunnen? En natuurlijk heb ik Het handboek voor de moderne vrouw op de plank dat een stuk leuker en beter geschreven is dan De Baedeker voor de (huis)vrouw.

Mijn favoriete gids voor een opgeruimd leven staat al meer dan tien jaar in de kast. Het is trouwens het enige zelfhulpboek dat ik van kaft tot kaft gelezen heb. Er staat werkelijk van alles in: van hoe je je gootsteen moet ontstoppen tot tips om een spiritueel leven te leiden. Nou moet ik eerlijk toegeven dat ik het gedeelte over geld iets minder aandachtig bekeken heb dan de stukken over stijl en emotionele hulpverlening. Maar het is allemaal heel leesbaar, informatief en grappig. En ik weet zeker dat als ik erin slaag alle richtlijnen te volgen mijn leven een stuk simpeler zal zijn. Jammer genoeg ben ik niet zo’n volgzaam type en zal ik me vaak in allerlei bochten wringen om toch te kunnen doen wat ik leuk vind.

Het boek heet Three Black Skirts en is geschreven door een journaliste die voor alle wereldberoemde modetijdschriften heeft geschreven. Deze dame, Anna Johnson geheten, heeft blijkbaar overal verstand van. Ze heeft het boek niet alleen geschreven, maar ook nog prachtig geïllustreerd. De cover is pittig schattig en doet me even geloven dat een vrouw echt maar drie rokjes nodig heeft om te slagen in het leven. Het klinkt heel plausibel, die theorie van haar. Het is gebleken dat mijn manier van rokken kopen weer iets te hooggegrepen is qua eenvoudig doch chique. Johnson zegt dat je er eentje nodig hebt om te verleiden, een ander om te slagen en een derde om lekker in rond te slonzen. Mijn fatale fout is dat ik altijd alle drie in één wilde. Dat resulteerde de aankoop van wel zeventig zijden rokjes die net iets te glanzend waren voor het werk, onhandig op de fiets en binnen de kortste keren kapot gelounged waren.

Het lijkt me slim om zeer binnenkort maar eens te gaan kijken wat op basis van het geleerde mijn huis mag verlaten. Misschien ga ik over een jaar of twintig al naar een bejaardentehuis en ik moet er niet aan denken om op mijn oude dag nog door al mijn zooi heen te waden om te beslissen wat er mee mag naar dat kamertje van vier bij vier. Daarbij heb ik altijd al een wat gestroomlijnder leven willen leiden en het is nu een goede tijd om eraan te gaan werken. Dat er wat ballast uit mijn leven is verdwenen voelt zo heerlijk aan dat ik het principe van weggooien wat niks voor je doet maar eens ga toepassen op alle fronten. Maar omdat drie Helmers toch niet zoveel plaats innemen laat ik alle roze en witte frosty miskopen lekker zitten. Dichtte Dorothy Parker ooit dat zij nooit sufficient champagne zou verkrijgen, ik weet zeker dat een hedendaagse vrouw om te overleven in de materialistische westerse wereld zoveel mogelijk nagellakjes tot haar beschikking moet hebben.

 

 

Dag 778: Doel 95 (Indo)

Omdat ik Indische ouders heb is eten altijd vrij belangrijk geweest. Er werd iedere dag gekookt met verse ingredënten en altijd had mijn moeder meer dan twee groenten op tafel staan. Met vijf kinderen was er altijd wel eentje die iets niet lustte en blijkbaar vond zij het prima als we iets niet wilden eten. Dat kwam vast omdat mijn vader stiekem ook een kieskeurige eter was.  Dat mag ik niet eten van de dokter jokte hij dan aan tafel als hij zijn Indische maaltijd opschepte terwijl wij zuurkool met worst voorgeschoteld kregen. Als ik had geweten dat hij stond te liegen had ik geen lammetjespap-trauma op hoeven lopen. Want hij bleef wel net zo lang naast me staan totdat ik mijn steeds kouder wordende op behangerslijm lijkende maaltijd op had.

Mijn vader kon heel goed koken en hij heeft dan ook jarenlang kookles gegeven. Zelf heb ik geen culinair talent en ik ben waarschijnlijk het enige kind dat nooit is meegesleept om als kookassistent te fungeren. Achteraf begin ik dat wel jammer te vinden, want af en toe zou ik mijn man wel willen influisteren hoe mijn vader een bepaald gerecht maakte. Nu moeten we alles uit kookboeken halen en ik zweer dat geen enkele kok zulke heerlijke saté met pindasaus maakte als mijn vader. Nu Lonny niet meer op televisie staat te kokkerellen eten we opeens andere dingen omdat de bekendste chefs niet zo vaak Indisch koken.

Een lopende encyclopedie vol Indo-feitjes was mijn vader ook. Hij kon afschuwelijk verhalen vertellen over zijn leven als kind uit een gemengd huwelijk en tijdens zijn laatste jaren vertelde hij steeds minder grappige verhalen over zijn jeugd in een Jappenkamp. Ook over de tijd dat de meeste Indische mensen naar Nederland kwamen wist hij dingen te vertellen die je nooit in een geschiedenisboek zult aantreffen. Hij kon enorm trots zijn als hij vernam dat een bekendheid Indo-roots had. Hij deed ook heel veel werk voor een vereniging voor Indo’s waardoor ik nog een heel klein beetje kennis van zulke zaken heb. Jammer genoeg kan ik hem niet meer vertellen wat ik vandaag tegenkwam in de oerhollandse supermarkt. Op de weegschaal bij de afdeling AGF kan de klant tegenwoordig kiezen tussen GroenteFruit en Indo. Hij had dit geweldig gevonden.

 

 

 

Dag 777: Doel 61 (Geweld)

Natuurlijk let ik bij het scannen van de vacatures goed op of er nog een baantje in het onderwijs bij zit. Juf zijn zit me in het bloed, maar nu ik er een tijdje uit ben vraag ik me stilletjes af of ik er wel weer in wil. Een leven zonder enge collega’s en beleidsmakers die meer oog hebben voor het budget dan het welzijn van de leerlingen bevalt me erg goed. En ik besef dat ik veel te lang heb doorgewerkt met de pest in mijn lijf. Als ik eerder en dus uit vrije wil was opgestapt had ik nu gepopeld om weer ergens voor de MBO-klas te staan. Omdat ik mijn kinderen niet in de steek wilde laten kon ik het niet opbrengen mijn ontslag in te dienen. En nu ben ik hevig aan het twijfelen.

Op de school waar ik werkte is heel veel veranderd. Meerdere overigens prettige collega’s zijn weggegaan en er zijn mensen van wie onderwijstaken zijn afgenomen. Het komt er op neer dat enorm veel lessen worden gegeven door studenten. Mijn plek is zelfs ingenomen door een vrouw die aan het begin van het schooljaar haar eerste college Engels nog moest volgen. Maar ja, ze was wel mooi tweede geworden in een schoonheidsverkiezing voor dames met een maatje meer. Kijk, daar kan ik dan weer niet tegenop. In ieder geval hoor ik veel klachten, maar de school gaat vrolijk verder met het beleid. Volgens mij wil ik daar niet eens meer werken als ze het vriendelijk zouden vragen.

Er is in de tijd dat ik er weg ben ook enorm veel veranderd als het gaat om de leerlingen. De school is zo ongeveer het afvoerputje van een groot opleidingscentrum geworden. Wat elders mislukt of niet te handhaven is wordt naar de vestiging op het eiland gestuurd. Dus begint het aantal probleemgevallen akelig snel te stijgen en daar lijdt de sfeer in de klassen natuurlijk ook onder. Gelukkig heb ik nog geen echt nare verhalen gehoord, maar de gemoedelijkheid schijnt rap te verdwijnen. Erg zonde van een school die heel lang als goed te boek heeft gestaan. Helaas sloeg de verrotting toe in de vorm van een opperhoofd dat zich heeft verrijkt door gebruik te maken van zijn privileges. In meer of mindere mate werd zijn voorbeeld gevolgd en werd de school de beste klant van de reisbureaus voor allerhande snoepreisjes waarbij voor de vorm een school in den vreemde werd aangedaan.

Zojuist ben ik begonnen in een boek dat ik vanmiddag voor een luttel bedrag bij de sigarenboer aanschafte. Het eerste hoofdstuk is huiveringwekkend: een docente wordt door een moeilijke leerling met een mes bedreigd. Zij slaagt erin te vluchten. Allemaal heel leuk en aardig voor de juf, maar ik vroeg me direct af waarom ze die gek met een mes achterliet bij de kinderen. Omdat ze er heilig van overtuigd was dat het hem om haar te doen was? Of was het een kwestie van lijfsbehoud? Het gaat hier om een literaire thriller en de schrijfster kennende zal later vast blijken dat die knul ervoor betaald werd door een jaloerse collega. In ieder geval zal het beschreven voorval vast in een heel ander daglicht komen te staan. Wat natuurlijk mijn vraag niet wegneemt: zou ik weggerend zijn als de kinderen in het lokaal zaten?

In mijn loopbaan als juf ben ik nog nooit bang geweest voor een kind. Dat komt voornamelijk omdat ik altijd vrij lieve leerlingen had. Maar ook de kinderen die buiten school de vreemdste dingen deden hebben mij in de klas nooit bang gemaakt. Toen ik bij een opsporingsprogramma zag dat twee van de liefste knullen die ik ooit lesgaf een roofoverval pleegden kon ik mijn ogen niet geloven. Daarna heb ik overigens wel even aan mijn mensenkennis getwijfeld, hoor. Al met al heb ik altijd geweten dat kinderen ook rare fratsen uithalen en toch lief kunnen zijn voor hun juf. Maar zou dat nog steeds gelden? Als ik ergens voor de klas ga staan moeet ik dat vertrouwen helemaal opbouwen en ik ben best bang dat ik niet meer zal kunnen aarden op een vreemde school.

Heel langzaam groeit nu het besef dat ik weer aan de slag wil. De boosheid en teleurstelling zijn grotendeels verdwenen en ik wil weer meer van de wereld zien. Gelukkig kan ik nog steeds eten en nagellakjes aanschaffen en zo hoef ik mezelf geen geweld aan te doen door ergens te gaan werken waar ik doodongelukkig ben. Het is vaker voorgekomen dat ik door het lezen van een boek een bepaalde kant in het leven opgestuurd werd en wie weet gaat dat ook gebeuren als ik Schaduwzuster van Simone van der Vlugt lees. Vroeger keek ik op Fort Alpha en Heartbreak High na nooit naar schoolseries. Want ik wist dat ik dan situaties zou tegenkomen die ik dan in het echt zou gaan meemaken. Wie weet ben ik na dit boek wel weer zo enthousiast over het onderwijs dat ik zelfs op een middelbare school zou gaan solliciteren. In het ware leven gebeuren tenslotte gekkere dingen dan in boeken.

Dag 776: Doel 17 (Gedicht)

Ieder jaar een gedichtenbundel lezen- je vraagt je af of dat nou zo moeilijk is. Toch lees ik bijna geen poëzie en dat terwijl ik er zo van kan genieten als ik de tijd maar neem om een gedicht te doorgronden. Want dat valt niet altijd mee. Een gedicht plaatst je met een schok in de gedachtenwereld van een ander. Die zal gevoelens en observaties niet uitdrukken in bewoordingen die je zelf zou uitkiezen. Ieder woord is zorgvuldig gekozen om een sfeer te scheppen en bepaalde zinswendingen kunnen ervoor zorgen dat twee lezers tot verschillende conclusies zullen komen. Soms zal de bedoeling van de dichter wel nooit helemaal duidelijk worden omdat iedere lezer de eigen levenservaringen meeneemt.

Echt jaloers ben ik op mensen die gedichten citeren en altijd een passende uitspraak bij de hand hebben. De flarden die ik me herinner zijn de uitgekauwde strofen die iedereen op school door de strot geduwd kreeg. Daarom zou ik veel vaker een gedichtenbundel uit de kast moeten pakken. Want ik heb er best een hoop staan en die worden alleen ter hand genomen als er weer eens een speciale gelegenheid is. Want dan ben ik er als de kippen bij om een passend stukje poëzie te declameren. Zolang er maar niet van me verwacht wordt dat ik zelf iets in elkaar draai. Daar heb ik helaas geen talent voor. Wel ben ik redelijk goed in het schrijven van simpele teksten als Sinterklaasgedichten. Maar ja, dat was wijlen André Hazes ook.

Bijna zeven jaar geleden overleed mijn vader. Toen voelde ik me geroepen iets te zeggen. Een half uur voordat de zwarte auto’s ons in het ouderljk huis kwamen halen ging ik aan de eettafel zitten met een dichtbundel die ik die week toevallig aangeschaft had. De velletjes papier werden in een razend tempo gevuld met herinneringen aan een vader die van eten, literatuur en muziek hield. Die ik niet wilde vergeten. En ik wilde het korte toespraakje afsluiten met het voorlezen van een gedicht. Het werd er eentje van Anna Achmatova. Het lezen ervan deed me rillen, want het ging vast over iets veel ergers dan een dode vader die zijn gezondheid schromelijk verwaarloosd had.

Maar ik kom ook graag met een gedicht op de proppen als er iemand verjaart of trouwt. Of de toehoorders ook zo enthousiast zijn weet ik niet altijd zeker, maar ik vind het heerlijk om voor passende woorden te zorgen. Snellezen heb ik nooit gekund, maar als het moet kan ik die stapel dichtbundels in een rap tempo doornemen. En natuurlijk heb ik van tevoren wel een idee in welk boek ik iets zal vinden. Waarom ik dan zo weinig gedichten lees is me een raadsel. Het zal wel iets met mijn luiheid te maken hebben. Want even snel door een gedicht razen gaat natuurlijk niet. Tenminste niet als je enigszins wilt bevatten wat de dichter te zeggen heeft.

Binnenkort is het weer Nationale Gedichtendag. Dan zal ik naar de winkel rennen en iets kopen dat ik op mijn nachtkastje zal laten liggen. Het wil toch niet zo vlotten met het lezen van de Bijbel en daarom ga ik het maar eens proberen met een gedichtenbundel. Wie weet krijg ik nog mooie dromen als ik iets fascinerends heb gelezen. En als het me echt geraakt heeft kan ik me misschien meer van een gedicht herinneren dan een paar woorden. Na zeven jaar weet ik ook nog steeds wat de laatste woorden zijn van het naamloze gedicht dat ik tijdens de uitvaart van mijn vader las: Jij bent veranderd in een herinnering van mij.

 

Dag 775: Doel 26 (Single)

Vrouwen die verkering hebben kunnen zich soms onuitstaanbaar gedragen tegenover sexegenoten die om wat voor reden dan ook geen verkering hebben. Ze zijn net iets minder erg dan moeders die neerkijken op kinderloze vrouwen. Blijkbaar maak je als ongebonden vrouw lang niet zoveel moois mee en kan je niet gezellig meeklagen als het gesprek over de wederhelft gaat. Misschien is het wel jaloezie, want vrouwen kunnen behoorlijk zeuren over alle dingen die hun mannen fout doen. Dat doe ik ook, hoor. Als ik in een klaagbui ben kan ik wel duizend redenen opnoemen om die man bij het grofvuil te zetten. Maar nog steeds is het lijstje met plusjes nog altijd langer dan de lijst met zijn minpunten. Al is het soms een nek-aan-nekrace.

Overigens schrijf ik ze daadwerkelijk op, die lijstjes. Want ik heb nogal de neiging tot overdrijven. Als ik alles op papier zet blijkt vaak dat het reuze meevalt met die vervelende klusjes of de nadelen van wat dan ook. Ooit maakte ik dus een opsomming van allerlei redenen om single te zijn. En ik geef toe: dat was een verdomd lange lijst. Eerlijk gezegd stond er aan de andere kant van de streep niet bijzonder veel. Maar qua belang legden die pro’s zoveel gewicht in de schaal dat ik uiteindelijk heb besloten dat de contra’s de prullenbak in gingen. Dat neemt niet weg dat ik weleens nadenk over verkeringloos zijn. Als is het maar omdat er in de tijdschriften die ik lees enorm veel over gezeverd wordt.

Het is moeilijk, hoor. Volgens mensen die het zouden moeten weten stellen hedendaagse verkeringloze vrouwen enorm hoge eisen. Meestal willen ze een man en die moet zo ongeveer superman zijn. Dat komt natuurlijk omdat wij vrouwen heel wat te bieden hebben. Water bij de wijn doen is het devies van de bemiddelingsbureaus. Toch denk ik dat ik onbemiddelbaar zou zijn als ik me vol optimisme bij een hedendaagse koppelaar zou melden. Los van het feit dat ik moeder ben van een puber die van voetballen houdt is de lijst minpunten schrikbarend lang, want ik

  • snurk
  • eet het liefst potjes Olvarit
  • heb een schoonmoederfobie
  • weiger een rijbewijs te halen
  • kan niet koken
  • heb altijd gelijk
  • luister de hele dag naar opera’s
  • voel me te oud om te flirten
  • kleed me liever niet uit met het licht aan
  • heb een lichte Wordfeudverslaving
  • wil altijd praten over de boeken die ik lees
  • vind mijn ex-man nog altijd de leukste
  • erger me aan opdringerige huisdieren
  • vertoon prinsesjesgedrag
  • vind uitgaan vooral erg vermoeiend
  • kan niet zachtjes niezen
  • ben geobsedeerd door nagellak
  • weet wat ik waard ben
  • word vervelend als ik niet op tijd naar bed ga
  • kan slecht interesse veinzen
  • hou niet van reizen zonder tenminste vier koffers
  • heb de garderobe van een Italaanse weduwe
  • ben de onsportiefste vrouw ter wereld
  • blog alsof mijn leven ervan afhangt
  • kan mezelf niet zo goed verkopen

Al met al moet ik dus blij zijn dat ik toevallig iemand ontmoet heb die redelijk met mij kan leven. En hij mag God op zijn blote knieën danken dat iemand hem wilde hebben en houden. We zijn inmiddels zo lang samen dat het ons zwaar zal vallen om de singlesmarkt op te gaan. Veel succes zouden we daar niet hebben, want ik ben ik en hij denkt dat alle vrouwen meegaan naar het voetballen en avonden lang hun nagels zitten te lakken.

 

 

 

 

Dag 774: Doel 40 (Baedeker voor de Huisvrouw)

Het is maar goed dat ik tegenwoordig verslaafd ben aan nagellak, want mijn huis begon steeds meer op een bescheiden filiaal van De Slegte te lijken. In iedere kamer liggen boeken en die drie stapels die nog geen onderdak hadden gevonden in een kast liggen nog steeds stof te vergaren. Het is heel erg, maar het is al bijna een jaar geleden dat ik met een hele lading boeken thuiskwam. Het is helemaal lang geleden dat ik eBay dagelijks afstruinde en zeker drie keer per week zware boekenpakketten uit de USA en UK in ontvangst mocht nemen. Dat was de pakjesbezorger trouwens opgevallen dat hij al tijden geen loodzware boeken meer naar mijn voordeur hoefde te slepen en hij vroeg me laatst dan ook of ik soms al genoeg boeken had.

Het is eveneens lang geleden dat ik met mijn vriendinnen naar een Boekenfestijn ging. Op dit moment is er eentje in de dichtstbijzijnde stad, maar ik heb niet eens zo’n zin om erheen te gaan. Twee vriendinnen zijn wel even geweest, maar ik vond het voor het eerst niet nodig om ervoor in de metro te stappen. En dan te bedenken dat ik ooit adjunctdirecteuren smeekte of ik mijn lessen mocht verzetten om lekker te gaan boekshoppen met mijn vriendinnen. Het was voor mij het perfecte uitje: lekker samen met de meiden leesvoer van lange tafels graaien en ergens op een rustig plekje overleggen welke boeken we zouden afrekenen.

Er moet nog één Billy bijgekocht worden. En eigenlijk moet ik eindelijk eens gaan opruimen en boeken wegdoen die me tegenstaan. Die zijn zo slecht dat ik verwacht er geen vriendin een plezier mee te doen, dus misschien kan ik ze beter naar de Kringloopwinkel brengen. Dan voel ik me meteen schuldig, want stel je nou voor dat iemand er vijftig cent voor moet betalen? En toen ik net in mijn werkkamer was zag ik opeens dat ik bovenop een rij boekenkasten nog steeds een bijna volledige set heb van iets dat te afgrijselijk voor woorden is: De Baedeker voor de (Huis)Vrouw. Blijkbaar is na de derde feministische golf de titel enigszins aangepast, maar het blijft een bizar boekwerk. Volgens mij heb ik wel vijfentwintig gebonden boeken met titels als Uzelf, mevrouw (van persoonlijke verzorging tot rechten en plichten)De weg tot het hart (provisiekast, tafelversiering, menu’s, de hooikist, kooktoestellen en hun gebruik) en Kindje voor en kindje na. 

Een deel van deze serie heb ik meegenomen uit mijn ouderlijk huis. Ooit heeft mijn moeder deze ellende bijeengespaard om goed beslagen ten ijs te komen. Moet ik gelijk aan Bambi denken die met zijn dunne pootjes voor het eerst op een bevroren meer stond te stuntelen. Waarschijnlijk was het ook zo voor mijn moeder toen ze als pasgetrouwde vrouw voor het eerst op eigen benen stond en toen gelijk werd geacht voor mijn vader te zorgen. Zo ging dat in die tijd en toevallig verkeer ik op dit moment in vrijwel dezelfde situatie. Een leuke baan heb ik nog niet bemachtigd en nu zou men mij het etiket huisvrouw op kunnen plakken, Maar ja, dat doen alleen mensen die mij niet kennen. De rest weet dat ik daarvoor niet geschikt ben.

Dus eigenlijk zou ik de Baedeker van kaft tot kaft moeten lezen. Sommige delen zijn wel geinig, hoor. Alles over koken en Huishouden op rolletjes zullen me vast interessante inzichten kunnen verschaffen. Als ik nog eens iets wil doen om dit huishouden van Jan Steen te stroomlijnen zal ik deze boeken zeker ter hand nemen. Het boek van de liefde laat ik lekker ongelezen op de plank staan. Eerlijk gezegd durf ik dat niet eens door te bladeren omdat ik niet zeker weet of mijn bekkenbodemspieren het aan kunnen. Wat er in het deelGeen paniek staat weet ik niet. Vast geen letter over de paniek die mij overspoelt als mijn Apple product kuren vertoont. Misschien zou ik de hele boel mee moeten geven met de kraakwagen, want het is tenslotte een vreselijke waste of space, die baedeker voor de huisvrouw.

Die papieren encyclopedie kan natuurlijk ook gelijk mee. Sinds Google, Wikipedia en de hele cybermikmak is informatie opzoeken nog makkelijker. Geen zware en stoffige boeken meer ter hand nemen en je niet vergissen in de volgorde van de letters van het alfabet, maar meestal niet eens meer dan de eerste letters van het gezochte onderwerp intypen. Toch ga ik dat duizenden pagina’s tellende handboek voor de twintigste eeuwse huisvrouw gewoon houden. Kan ik later mijn toekomstige schoondochter mooi mee testen. Als ze het met een trillend onderlipje in ontvangst neemt is het geen blijvertje en als ze me in de ogen kijkt en me pleur op met die ouderwetse zooi toebijt weet ik dat het gelukt is met die opvoeding van het kind.

 

 

 

Dag 773: Doel 101 (Stanley)

Dat ik niet meer zoveel met mijn katten deed toen ik eenmaal een kind had is iets dat ik misschien niet hardop moet zeggen. Het klinkt erg harteloos en wellicht ben ik dat ook wel. Dan kan ik wel allerlei smoesjes gaan verzinnen en stellen dat ik veel te impulsief heb gekozen voor een kind en dat het me meer tijd kostte dan ik voor mogelijk had gehouden, maar dan klink ik behalve harteloos nog dom ook. Laat ik er zelf dan maar gelijk aan toevoegen dat ik daarnaast ook een lui mormel ben, want op een gegeven moment was ik het bereiden van drie warme kattenmaaltijden op één dag een beetje zat.

Nu liggen Stanley, Tyson en Franklin allemaal onder hun eigen steen in de kruidentuin en begin ik een beetje te verlangen naar een huisdier. Het eerste jaar zonder verliep erg goed en ik vind het nog steeds heerlijk dat we overal heen kunnen zonder eerst een oppas te regelen. Het gesleep met kattenbakgrit, blikken voer en zakken koolvisfilet is eveneens iets dat ik niet erg mis. Maar het is wel stil in huis als de mannen buiten voetballen. Omdat ik mij nog net te jong vind om luidkeels conversaties met mezelf te voeren verlang ik af en toe wel naar een huisdier aan wie ik in ieder geval kan vragen of het even kan opschuiven. Voor vissen en een regelmatig te verschonen aquarium ben ik in verband met onhandigheid niet geschikt. Aan knaagdieren heb ik goede herinneringen, maar hun korte levensverwachting weerhoudt me van aanschaf van bijvoorbeeld zo’n schattige tamme rat.

Mijn man heeft het de laatste tijd steeds vaker over een kat. Hij was heel erg dol op Stanley, zijn kleine meid. Toen wij haar pas hadden is zij een keer verdwenen. Ten einde raad belden we bij buren aan en hingen wij overal opsporingsposters op. De buren wisten ons te vertellen dat zij de laatste dagen hadden gemerkt dat de vuilniszakken die zij in hun fabriek bewaarden krabsporen vertoonden. Maar ze hadden geen zwarte kat gezien. Daarom besloot de buurman eten en drinken neer te zetten en een camera te plaatsen die hij voor het slapengaan zou inschakelen. Al na twee nachten kwam hij op een ochtend verheugd vertellen dat hij een grote zwart kat door de openhaardenfabriek had zien sluipen. Toen mijn man terugkwam van zijn werk kon ik hem een tamelijk smoezelige en vermagerde Stanley in de armen drukken. Pas toen hij jaren later zijn pasgeboren zoon vasthield zag ik hem net zo stralen als op dat moment.

Omdat wij dachten dat ze misschien wel eenzaam zou kunnen zijn met twee werkende ouders besloten we twee broertjes voor haar te regelen. Helemaal verkeerd gedacht. Wat Stanley betreft was het haat op het eerste gezicht. Toen ze die kleintjes zag probeerde ze mijn man aan te vallen. Ze heeft Tyson en Franklin nooit wat gedaan, maar ze is meer dan een jaar van streek geweest. Toch was zij degene die als gids fungeerde toen de jonge katten voor het eerst naar buiten gingen. Ze hield ze in de gaten en en bracht ze terug als ze te ver van huis zwierven. Ze deelde ook heel lief haar snoepjes met de kleintjes. Haar broertjes konden enorm gefixeerd zijn op hun eten, maar zij kwam pas naar de keuken als je Hand  in hand kameraden floot.

Nu wil mijn man graag een nieuwe Stanley. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen, maar als je diep in mijn hart kijkt zou ik wel een nieuwe Frederic, zo’n lekkere grote en stevige rode kater, aan het gezin willen toevoegen. Maar het opruimen van pies, poep en kots ligt nog te vers in mijn geheugen. Sterker nog, soms loop ik door het huis en meen ik die luchtjes weer waar te nemen. Ook de gedachte aan een kattenbak houdt me tegen als ik op een mooie woensdagmiddag naar het dierenasiel wil rijden om te kijken of er iets van mijn gading is.

Sinds de dood van de laatste kat zit ik al te dubben over de aanschaf van een hond. In eerste instantie wilde ik een Rottweiler. Nou ja, die wil ik nog steeds, maar ik ben wel een beetje geschrokken toen ik hoorde dat dit hondenras ooit werd ingezet als werkhond met boerderijdieren. En dat ze heel veel beweging in de zin van afmattende spelletjes nodig hebben. Terwijl ik dacht dat een Rottweiler een hondenversie was van Onslow, de iets te dikke aan de bank vastgekitte zwager van Hyacinth Bucket. De prachtige Tess (rust in vrede, lieve stoere meid) van een mevrouw uit de buurt was altijd rustig en makkelijk. Eigenlijk een soort Stanley zonder kattenbak en penetrante pieslucht.

Mannen en honden- ik heb een voorkeur voor groot en stoer. Nou weet ik inmiddels dat je van een XXL-man niet noodzakelijkerwijs gelukkig wordt en vraag ik me af of ik voor een hond moet gaan die veel te veel energie heeft voor een luie vrouw op hoge hakken. Omdat ik niet op zoek ben naar een babyvervanger en niet snel de behoefte heb om aardig gevonden te worden zou ik wellicht geschikt zijn voor een hond. Althans, dat denk ik na maandenlang te hebben gekeken naar de televisieprogramma’s van Cesar Millan. Toch twijfel ik, want het is een beslissing die je niet lichtvaardig dient te nemen. Kat of hond?

Stanley had vele bijnamen. Het kind noemde haar meestal Sissy omdat hij haar zag als een soort zus. Toen hij een baby was lag ze graag bij hem in de box. Mijn man praatte over haar als het rotprinsesje omdat ze verwend en chagrijnig was. Ze leek eigenlijk wel een beetje op mij. En nu vraag ik me af of hetzelfde moet gelden voor de hond die uiteindelijk het best bij mij past. Welke hond is lui, nieuwsgierig, ijdel, zelfverzekerd, onderhevig aan stemmingswisselingen en gedraagt zich graag als een diva?  Stilletjes weet ik al dat ik het in de hoek van de onooglijke schoothondjes moet zoeken. En daar voel ik me nou net iets te stoer voor. Dus heel misschien wordt het wel weer een slechtgehumeurde rotkat.

 

 

 

Dag 772: Doel 66 (Sprookjes)

Laatst las ik ergens dat je zo lekker in slaap kunt vallen terwijl je luistert naar een boek dat mooi wordt voorgelezen. Toen moest ik gelijk aan vroeger denken. Mijn vader las graag verhaaltjes voor, maar het allerliefst verzon hij zelf de raarste avonturen van kabouters die in een groot bos woonden. Zelf heb ik het kind ook jarenlang voorgelezen. Het liefst van die hele dikke pillen waar ik maandenlang over deed. Tegenwoordig hoeft het niet meer. Hij gaat wat later naar bed en duikt dan gelijk onder zijn dekbed. Of hij daar nog naar muziek gaat luisteren of op zijn DS of PSP gaat spelen weet ik niet. Als hij maar wakker wordt als ik ‘s ochtends zeg dat het weer een prachtige morgen is.

Jammer genoeg is er niemand die mij voor wil lezen voordat ik ‘s nachts mijn ogen sluit. Even heb ik er aan gedacht om eens een stapel luisterboeken aan te schaffen. Legaal downloaden vind ik veel te duur en zonde van het geld omdat ik graag een papieren exemplaar heb van ieder boek waarvan ik genoten heb. Het op een andere manier proberen zou ik wel willen, maar ik ben nogal een kluns op dat gebied. Daarom was ik blij toen ik in een reclameblaadje las dat je gratis kinderluisterboeken kreeg bij bepaalde producten. Twintig flacons toiletreiniger maak ik echt wel op, hoor. Maar het was toch wel een hele uitgave. Want ik kan namelijk ook behoorlijk krenterig zijn.

Vanmiddag ging ik even bij de drogist kijken, want ik had best zin in in ieder geval één luisterboek. Eigenlijk ga ik iedere dag naar de drogist omdat je maar nooit weet of er weer een nieuwe collectie nagellak op me ligt te wachten. Die ene keer dat ik het een paar dagen niet deed hebben onverlaten alle lakjes van een uiterst aantrekkelijke LE opgekocht en stond ik binnensmonds vloekend bij een leeggeroofd display. Dat gaat me nooit meer gebeuren- dan word ik liever stiekem uitgelachen door het winkelpersoneeel dat mij dagelijks met een hebberige blik in mijn ogen richting de make-uphoek zien powerwalken. Helaas waren de flessen met sanitaire reinigingsmiddelen uitverkocht en die luisterboeken heb ik ook niet kunnen vinden.

Een beetje teleurgesteld ging ik naar huis en besloot ik een beetje te gaan rommelen in mijn werkkamer. Op een gegeven moment trok ik een boek van de plank en toen kwamen er gelijk een paar mee. Balend raapte ik de boeken van de grond en toen ik ze terug wilde schuiven zag ik opeens dat er een plastic zak achter de boekenrij verstopt zat. Heel even hoopte ik daar een verborgen schat aan te treffen, maar het was natuurlijk gewoon een smoezelige zak met spullen die ik al jaren niet gezien had. Meestal heb je de inhoud daarvan absoluut niet gemist. Klopt, maar er zaten wel dingen in die ik net nodig had: maar liefst twaalf CD’s met Engelstalige luisterboeken. Allemaal sprookjes en ik ben dol op sprookjes. Al die knappe prinsen, bergen goud en vooral die gelukkige eindes spreken me nog steeds aan.

Eindelijk heb ik dan mijn luisterboeken te pakken en mijn bankrekening hoeft er niet eens om te huilen. Het is natuurlijk schandalig dat ik zulke dingen in huis heb zonder dat ik het weet. Daarom ga ik nooit meer zeggen dat ik iets echt nodig heb. Want dat is niet zo, want ik heb meer dan genoeg. En wat ik nu niet meer heb heb ik vroeger misschien wel gehad zonder dat ik daarvoor echt dankbaar was. Straks ga ik kijken of er nog ruimte is op mijn iPod, want ik wil de boel snel kunnen gebruiken. Dan lig ik vannacht nog in bed te luisteren naar het verhaal van de Gelaarsde Kat. Dan hoef ik in ieder geval niet meer te luisteren naar mijn man die me iedere avond denkt blij te maken met een serenade met zijn Magic Guitar. Zijn lievelingsnummer is het Amerikaanse volkslied. Dat speelde Jimi nog beter met zijn tanden of zijn handen achter zijn rug. Dat hoef ik vanavond niet aan te horen, want ik luister naar de Markies van Carabas. Het zal er vast vreemd uitzien, ik met een iPod en hij met zijn onafscheidelijke iPhone, maar ik blijf hopen op een they lived happily ever after.

 

Dag 771: Doel 97 (Exhibitionistisch)

Misschien ga ik maar stoppen met bloggen over het kind en zijn vader. Vooral het kind vind ik zelf nogal leuk, maar wie geen enkele behoefte heeft aan het opgewonden gekraai van een toegewijde moeder zou zich er aardig aan kunnen storen. Nou ja, het is natuurlijk niet verplicht om te lezen hoever het joch nu al in de puberteit zit. Maar als je toevallig wilt weten hoeveel lakjes ik nu al bijeengespaard heb zijn de anekdotes over dat kind misschien onverteerbaar. Sinds deze ochtend weet ik namelijk een beetje hoe het kan voelen, want toen ik in een wachtkamer zat te wachten werd ik getrakteerd op een portie exhibitionisme waar ik de kriebels van kreeg.

Meestal kan ik me redelijk goed afsluiten voor kabaal, zeker als ik druk zit te whatsappen met mijn vriendinnen. Maar het opgevoerde toneelstukje werd zo schreeuwerig gebracht dat ik er niet aan kon ontkomen. Een klein monstermeisje werd door mama en oma compleet bedolven onder hun overdeelde aandacht. De hele tijd stelden zij op luide toon vragen aan het kind waardoor het hele hebben en houden van de familie tentoongesteld werd. Toegegeven, af en toe was het wel vermakelijk om te horen waarmee volwassen mensen zich onledig plegen te houden. Maar ik moet wel heel veel van het kind van een ander houden als ik een uitgebreide rapportage wens van wat het op sociaal, motorisch en cognitief gebied al kan

Misschien heb ik mezelf ook schuldig gemaakt aan het focussen op een kind, maar dat constante herhalen van ieder woord dat het kleine draakje brabbelde werkte enorm op mijn zenuwen. Toen maakte ik nog de fout op te kijken en toen zag ik twee vrouwen die met zoveel intensiteit naar een mormel zaten te kijken alsof ze een kristallen bol was waarin de meest fantastische toekomstvoorspellingen te zien waren. In deze categorie wil ik als moeder niet graag vallen en daarom ga ik  het maar gauw hebben over iets totaal anders. Nail polish, anyone?

In 365 dagen is mijn nagellakverzameling ongeveer vervijfvoudigd. Gisteren liet ik een oude foto zien van mijn stash die een jaar geleden nog op een dienblad van ruim formaat paste. Exact een jaar verder herberg ik mijn lakjes in twee propvolle Helmers. Nummer drie had een paar weken geleden al aangeschaft moeten worden en ik heb nu een ander dienblad dat bijna geen plek meer heeft voor nieuwe aankopen. En natuurlijk heb ik dat van mijn vader geërfde archiefbakje waarin ik mijn nieuwste en dus ongebruikte lakjes en wat verzorgingsspullen opberg. Enige tentoonstellingsdrang is ook mij niet geheel vreemd en dus show ik hier alle lakjes die ik bezit.