Dag 807 : Doel 72 (Spijt)

Vandaag las ik in de krant dat een behoorlijk aantal ouders spijt krijgt van de naam die ze hun kind hebben gegeven. En dat terwijl de meeste mensen lang nadenken over de naam voor hun baby. Je gaat er dan toch vanuit dat dat de mooiste naam is die je op dat moment kunt bedenken? Er zal toch zeker geen ouderpaar zijn dat lukraak een naam uit de top tien kiest om er na vijf jaar achter te komen dat de halve kleuterklas zo heet en dat een andere naam wellicht leuker was geweest? Wie een kind verwacht steekt misschien meer energie in andere zaken, maar het kiezen van een naam waarmee een kind het een leven lang moet doen is natuurlijk niet onbelangrijk.

Eén van mijn vriendinnen is nu zwanger van een dochter. Na maandenlang mijn gezeur om een Herman aangehoord te hebben kan ze nu met haar vriend gaan nadenken over een naam voor een meid. Ofschoon ik helemaal geen stem in het kapittel heb kan ik het toch niet laten om mijn vriendin met allerlei leuke meisjesnamen lastig te vallen. Iedere keer als ik het over de baby heb kom ik met een andere naam op de proppen. Ze heeft nog een paar maanden te gaan, dus hoogstwaarschijnlijk komt de prijswinnende naam echt wel een keertje langs. In ieder geval ben ik er zeker van dat het geen Octavia zal worden.

In mijn hoedanigheid als docent heb ik al heel wat namen gehoord. Dat was best lastig toen ik zelf een geschikte naam voor mijn kind moest zoeken, want ik wilde geen “besmette” naam. Er is weinig mis met namen als Dennis, Patrick, Michael, Jeffrey en Kevin, maar daar heb ik er teveel van in de klas gehad. Herman wilde mijn man absoluut niet en mijn moeder zou nooit meer met me praten als ik hem Elvis zou noemen. Wij hadden uiteindelijk twee namen: eentje voor een mooi kind en eentje voor een lelijkerd. Want we hadden gelezen dat je meerdere opties moest hebben en dan de meest passende moest nemen op het moment dat hij in de wieg lag.

Kinderen krijgen de meest exotische namen die je als juf niet hardop durft te zeggen voordat je het kind uitvoerig hebt ondervraagd over de manier waarop je ‘m uitspreekt. Ook heb ik heel curieuze combinaties van uiterst uitheems klinkende voornamen met oer-Hollandse achternamen gezien. Een Wim of Arie heb ik nog nooit op een klassenlijst gespot. Zelf heb ik daar eerlijk gezegd ook niet aan gedacht. Ook is het geen bijzonder fancy naam geworden, want hij zou de Nederlandse achternaam van zijn vader krijgen. We grapten nog een tijdje dat we hem Michelangelo zouden noemen, maar dat tatoeert wat lastig op die smalle pols van mij, de plek die ik al twaalf jaar gereserveerd heb voor de naam van de enige man van wie ik voor eeuwig zal houden.

Hopelijk slagen mijn vriendin en haar vriend er in om een naam te vinden die ze allebei mooi vinden en die goed bij de karakter van hun meisje past. Want per slot van rekening moet het kind er heel lang naar luisteren. Mijn man en ik hebben uiteindelijk gekozen voor de naam van een sporter die erg succesvol was in de tijd dat ik zwanger was. Toevallig kende ik die naam al jaren omdat ik vaak in een land was geweest waar veel mannen die naam hebben. Gelukkig heeft de Formule 1 coureur later geen genante dingen gedaan waardoor ik spijt kreeg van de naam. Maar als ik heel eerlijk ben: ik heb wel een beetje spijt van één van de twee andere namen die we hem gaven. Dat deden we overigens om hem nog twee opties te bieden in het geval dat hij naam nunmer één zelf niet leuk zou vinden. Wij hebben de domme fout gemaakt een naam te kiezen van iemand die niets meer met mij te maken wil hebben. Daar zal hij best een goede reden voor hebben, maar ik vind het toch jammer dat ik mijn kind met die naam heb opgezadeld. Gelukkig heet één van de favoriete zangers van het kind ook zo, dus kunnen we onszelf voor de gek houden en zeggen dat de naam daar vandaan komt. Ach, het kind kan het niks schelen. Die is allang blij dat hij geen Herman of Elvis heet.

 

 

Dag 806: Doel 91 (Stiefmoeder)

Ooit hoorde ik het verhaal van een vrouw die op de avond voor haar huwelijk te horen kreeg dat zij geadopteerd was. Blijkbaar was het een compleet overdonderende mededeling, want op alle trouwfoto’s stond zij met roodomrande ogen. Toen ik dit hoorde zei ik tegen de vertelster dat ik daar niet zo van ondersteboven zou raken, want de mensen die altijd voor je gezorgd hebben zijn toch immers je ouders? Diezelfde nacht had ik een vreselijke droom waarin mijn vader me vertelde mijn vader niet te zijn. Volslagen in de war ontwaakte ik en ik heb nooit meer zoiets doms beweerd. Pas als je goed in staat bent je in de situatie van een ander te plaatsen mag je met een oordeel komen.

Zo moet ik voortaan ook mijn mond houden als ik ouders spreek die overduidelijk een voorkeur voor een bepaald kind hebben. Dat gebeurt nogal eens als er twee kinderen en twee ouders zijn. Dan kiezen ze allebei een favoriet uit en doen dan alles met het kind dat ze het meest aanspreekt. Vaak neemt papa het stoerste en mama het meisjesachtigste kind. Kan ik me werkelijk niks bij voorstellen, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. Mijn kind heeft twee ouders en die houden allebei het meest van hem. Als iemand me met een schietgeweer bedreigt en me laat kiezen tussen man en kind is de keuze al gemaakt voordat de moordenaar uitgesproken is. Mijn man zou precies hetzelfde doen. Daarom heb ik vreselijk gehuild en beroerd geslapen na het lezen van Sophie’s Choice. Dat zij na de oorlog nog zo lang heeft geleefd is me altijd een raadsel gebleven.

Omdat mijn man liever enig kind was gebleven wilde hij zelf maar één kind. Dat kwam goed uit, want voordat het kind voor het eerst verjaarde kwam de klad in het huwelijk. Dan ga je niet enthousiast werken aan kind nummer twee natuurlijk. Mijn man is zo blij met zijn zoon dat hij zich niet kan voorstellen ook van een ander kind te kunnen houden. Hij is doodsbang zijn eigen kind ook met een getikt zusje op te zadelen en dus kwam er niks meer bij. Ook heeft hij geen zin in adoptie- of pleegkinderen. Terwijl ik best een weekendkind had gewild. En dat hoeft niet eens een schattig meisje met lange haren te zijn. Misschien zelfs liever niet, want ik ben niet zo bedreven in het maken van vlechtjes. En in het begrijpen wat er nou zo leuk is aan Justin Bieber.

Voordat ik man en kind had leek het me geweldig om verkering te krijgen met iemand die al kinderen had. Dat scheelde mij weer een vermoeiende zwangerschap en een helse bevalling. Dat er aan het stiefmoederschap ook fikse nadelen kleven zag ik toen nog niet. Al ben ik niet het type dat het plekje van een ander wil inpikken, het zal niet makkelijk zijn. Toch was ik vast een goede geweest, want ik zal niet gauw vinden dat ik recht heb op onvoorwaardelijke liefde. En ik weet zeker dat ik ook heel veel kan houden van een kind dat ik niet zelf gebaard heb. Alsof een kind je liever is omdat het je genen en je slechte eigenschappen heeft.

Het is juist heel moeilijk om om te gaan met de minder plezierige dingen die je kind van beide ouders heeft. Wij hebben bijvoorbeeld de neiging bezorgde opmerkingen van de juf enigszins te bagatelliseren omdat we allebei enorme laatbloeiers zijn en het dus vast en zeker ook goed komt met het kind. Zo gaan we wat al te nonchalant om met zijn slordigheden die we beter wat kunnen bijslijpen. We roepen te pas en te onpas ja, dat heeft ‘ie natuurlijk weer van jou! Wat vast waar zal zijn, want hij lijkt op ons alletwee. Helaas is hij geen mix van onze fijnste eigenschappen en we horen onszelf weleens dingen roepen die we een elkaar een dag daarvoor voor de voeten wierpen. Heel confronterend allemaal en ik vraag me af of stiefouders hetzelfde meemaken. Het lijkt me weleens lekker om dan te denken dat zo’n kind dat vast van de afwezige ouder heeft.

Misschien wilde ik vroeger wel stiefmoeder worden omdat de Boze Koningin heel lang mijn favoriete sprookjesfiguur was. Sneeuwwitje was de eerste film die ik zag en ik zeker de eerste crush die me overviel. Nou ben ik zeker geen voorstander van kindermoord, maar ik vroeg me altijd af waarom dat wat poezelig ogende meisje nou aantrekkelijker zou zijn dan de stiefmoeder die de hele dag mooi stond te wezen voor die toverspiegel. Het is dat de kleding wat al te dramatisch is voor dagelijks gebruik, maar het liefst had ik er net zo uitgezien als de boze stiefmoeder. Er zijn wel basisschoolkinderen die me op de man af vragen of ik nou een gothic of een heks ben. Nou, ondanks mijn voorliefde voor opera ben ik dus absoluut niet dol op de muziek die gothic liefhebbers zo mooi vinden- veel te gekunsteld. En een heks? Mijn standaardantwoord als ik er eentje was had ik je nu in een kakkerlak veranderd  levert eerder een lach dan een bang gezicht op.

Inmiddels wil ik allang geen stiefmoeder meer worden, want ik wil mijn gezin graag bijeen houden. Ook omdat ik heel redelijke vrouwen voor mijn ogen heb zien veranderen in nare stiefmoeders. Opeens moesten de kinderen uit het eerste huwelijk van manlief zo snel mogelijk het huis uit om genoeg plaats te hebben voor de tweede leg. Nou ben ik daar veel te oud voor, maar wat mijn man doet als ik er om wat voor reden dan ook niet meer ben durf ik niet te voorspellen. Als ik dood ben kom ik vreselijk bij hem spoken en anders zet ik hem wel op een andere manier op zijn nummer. En als ik op een tropisch eiland zit met een toyboy lach ik hem smakelijk uit.

 

 

 

Dag 805: Doel 47 (Bewaren)

Als we toevallig een televisieprogramma zien over iemand die zijn hele huis volgepropt heeft met rotzooi begint mijn man altijd insinuerende opmerkingen te maken. Zelf spaart hij namelijk helemaal niks en hij heeft ook geen enkele moeite met het weggooien van spullen die hij niet meer nodig heeft. Nou is ons huis wel vergeven van de voetbalspullen- er staat een tas met ballen, een drager met bidons, knaloranje pylonen en een verzorgerstas. Maar geen meterslange rijen met boeken, CD’s, DVD’s, games en schoenen. Dus hij vindt dat hij het recht heeft flauwe grappen te maken over mijn verzameldrift. Plus het feit dat ik graag dingen bewaar. En ik moet toegeven dat ik het de laatste tijd ook wel een beetje zat ben.

Alhoewel John Williams hier altijd welkom is wil ik hem geen afkeurende blikken zien werpen op de spullen waar ik zo dol op ben. Om ervoor te zorgen dat ik man en kind op een dag kwijt raak tussen de hebbedingen ga ik toch maar eens wat wegdoen. Er zijn mensen die ik vast een plezier kan doen met enkele jaargangen Psychologie Magazine en al die maandbrieven van de dierentuin en de favoriete voetbalclub van de mannen moet ik ook in de kliko gooien. Net als die stapels krantenartikelen die onmisbaar zijn voor iemand die dol is op het vergaren van algemene kennis. Er zit ook ongelooflijk veel speelgoed in de kasten in de woonkamer en ik wil die toch eens flink leeg krijgen.  Dus spreek ik nu af met mezelf dat ik de tweede kliko op de avond voordat ‘ie geleegd wordt helemaal tot het randje ga volgooien met bewaarde spullen die ik toch echt niet meer ga lezen of gebruiken.

In mijn werkkamer ligt ook veel te veel rotzooi. Dat irriteerde me vanmiddag en ik ben een en ander in de prullenbak gaan proppen. Wat moet ik met balpennen die niet meer schrijven, vulpennen met een verbogen punt en kinderboekenweekpropaganda? Men zegt dat je bankafschriften niet langer dan vijf jaar hoeft te bewaren en ik heb papiertjes die me in de tachtiger jaren van de vorige eeuw wel drie keer per week toegestuurd werden. Toch leidt mijn bewaarzucht een enkele keer tot iets moois: zo vond ik een prachtig boekenomslag dat al zeker veertig jaar in mijn bezit is. Het werd ooit gemaakt door de moeder van een vriendinnetje en het is een tijdlang zeer intensief gebruikt. De mooie boeken met harde kaft die ik als kind met grote regelmaat cadeau kreeg pasten er namelijk mooi in.

Dit mooie handwerkje ga ik in ere herstellen. Omdat boeken altijd enorm beschadigen in die grote schoudertassen is het een wonder dat ik er niet eerder op gekomen ben. Dus het boek dat al maanden op mijn nachtkastje ligt is nu gehuld in een mooi stoffen omslag. Het gaat direct in mijn tas zodat ik morgen in de rij voor de kassa gelijk kan beginnen met lezen. Er zijn hele handige moderne boekbeschermers, maar ik ben op slag verliefd geworden op dit mooie verjaardagsgeschenk. Zou de maakster ervan nog leven? De vriendschap tussen haar dochter en mij is tientallen jaren geleden om onduidelijke redenen bekoeld, maar ik zou die vriendin van vroeger best nog eens willen vertellen hoe blij ik was toen ik het door haar moeder gemaakte boekenomslag tussen de oude kinderboeken vond.

 

 

 

Dag 804: Doel 26 (Anders)

Als kind hield ik erg van tekenen. Het liefst keek ik naar het poppenhuis dat mijn vader voor me gemaakt had en dan tekende ik het na. In alle kamers tekende ik poppetjes die eruitzagen als doppinda’s met alpinopetjes. Daar verzon ik dan weer hele verhalen bij die ik niet kon opschrijven omdat ik pas laat leerde lezen en schrijven. Tegen de tijd dat ik die kunst beheerste waren er al een paar kinderen bijgekomen. Zij konden erg mooi tekenen en toen keek niemand meer vol vertedering naar mijn pindamannetjes. Als ik een leerboek Moederschap 101 zou schrijven is één van mijn eerste tips: prijs de creativiteit van ieder kind. Natuurlijk had mijn vader niet hoeven jokken dat ik een Picasso was, maar hij had zeker de Jackson Pollock-achtige elementen in mijn verfwerkjes mogen erkennen.

Alhoewel ik over ouderlijke steun nooit te klagen heb gehad vind ik het weleens jammer dat mijn pogingen tot creatief zijn met toiletrollen nooit veel indruk hebben gemaakt. Toen ik ook nog eens bijna een heel schooljaar deed over het breien van een pannenlap van tien bij tien centimeter kon zelfs mijn lieve moeder niet doen alsof ik uitblonk in handwerken. Waarschijnlijk was ik veel beter geweest in figuurzagen en timmeren, maar dat was destijds niet weggelegd voor meisjes. De knullen van mijn klas liepen regelmatig te pronken met beurs geslagen duimen terwijl ik stilletjes zat te zwoegen op een borduurwerkje dat met de week smoezeliger werd.

Omdat ik zelf slechts één kind heb is er geen vergelijkingsmateriaal voorhanden. Heel lang heb ik gedacht dat wat hij kende en kon heel gewoon was. Omdat ik geen enkele reden heb om te veronderstellen dat ik een genie of minstens een hoogbegaafde spruit heb voortgebracht zag ik zijn niveau als normaal. Natuurlijk werd ik af en toe doodziek van die opschepmoeders die me net nog niet aan het verstand probeerden te peuteren dat het kind hoogstwaarschijnlijk zwakbegaafd was. En als er eens een kind minder snel was met wat dan ook haalde ik altijd mijn schouders op- want ik zag dan vaak wel dat het heel sociaal vaardig was of heel goed luisterde. Mijn kind is een doorsneekind en ik vind dat helemaal niet erg, want we houden toch wel van hem.

Volgens mensen die er verstand van hebben kan hij aardig voetballen. Maar omdat hij al zijn hele voetballeven getraind wordt door zijn eigen vader zal hij er niet van naast zijn kicksen gaan lopen. Iedere keer als ik maar dat kan jij ook, schat zeg nadat we zo’n weergaloze actie van Lionel Messi hebben aanschouwd wordt hij boos op me. Of hij zegt met veel zelfkennis ja, maar knutselen kan ik niet. Daar voel ik me als moeder best schuldig over. Omdat ik nog nooit met hem heb geknutseld heeft hij er geen ervaring en zeker geen aardigheid in. Het is ook de juf opgevallen. Ze vertelde ons tenminste heel voorzichtig dat hij er klaarblijkelijk geen moer aan vindt. Het was vast heel dom, maar we moesten er hartelijk om lachen. Het zal ons wel een minnetje in het verslag hebben opgeleverd.

Echt erg vindt het kind het allemaal niet. Op de zelfgemaakte cadeautjes voor vader- en moederdag doet hij vreselijk zijn best, maar de werkjes die hij verder maakt zijn niet altijd erg geslaagd. Van zijn linosnede schrok ik zelfs een beetje. De opdracht luidde: maak iets dat met de natuur te maken heeft. Zijn varken was knalgeel en leek nog het meest op een haardkleedje. Vandaag kwam hij thuis met een werkje dat ik eerst aan alle kanten moest bekijken voordat ik durfde te vragen of dit was wat de hele bovenbouw gemaakt had. Jawel, ik had tijdens de overblijf ongeveer honderd sneeuwpoppen met een kruiwagen gezien, maar mijn kind had al zijn creativiteit uit de kast gehaald. Hij wilde niet iets maken dat iedereen had en dus was hij met herfstkleuren aan de gang gegaan. Met als resultaat iets dat ik werkelijk nergens kon thuisbrengen. Het ziet er niet fraai uit, maar het is wel multifunctioneel. Zo zie ik er een prima nagellakhouder in. En het kind heeft er nu zijn mobiele telefoon in geparkeerd. Dat wordt straks nog vechten om dit wat vreemd ogende voorwerp. Want de sigaretten van zijn vader passen er ook in.

 

Dag 803: Doel 42 (Huishoudbeurs)

Zondag heb ik nooit een vervelende dag gevonden. Toen ik het kind nog niet had ging ik na de uitgebreide brunch een Engelse zondagskrant halen en dan nam ik en passant nog een stapel boeken mee. Tegenwoordig is het misschien wel de fijnste dag van de week, want op zaterdag moet er meestal erg vroeg opgestaan worden voor de wekelijkse wedstrijd. Dan ben ik de hele dag een beetje suf, zeker als ik direct na het volproppen van de wasmachine naar de winkels ren voor de boodschappen. Nee, dan de zondag! Lekker uitslapen en dan het liefst de hele dag rondlopen in gemakkelijke kleding.

Overigens is dat laatste echt iets van de afgelopen jaren. Daarvoor liep ik er op zondag net zo opgedirkt uit als altijd. Nu moet ik me er echt toe zetten om in ieder geval nog onder de douche te springen. Natuurlijk slaap ik uit op de enige dag dat het mogeljk is en meestal kom ik niet voor het middaguur uit bed omdat ik me fijn kan vermaken met mijn iPad. Uren kan ik mezelf bezighouden met Twitter, Bloglovin en Wordfeud. Tot ik me schuldig voel omdat het kind alleen beneden zit. Hij is een beetje lui en vergeet altijd te eten. Dat heeft hij van zijn vader- die sprokkelt het liefst van zes uur tot middernacht al zijn calorieën bijeen. Hopelijk kan ik het kind leren dat anders aan te pakken.

Vandaag had ik weer zo’n typische zondag. Fijn in een warme trui met bijpassende loungebroek op de bank met kranten en mijn gadgets. Bij wijze van grote uitzondering (en omdat zijn club gisteren al een punt had gehaald) mocht ik naar de Wereldkampioenschappen Allround kijken. Schaatsen vind ik een prachtige sport om te zien en ik hang graag voor de buis terwijl mannen zich het snot voor de ogen rijden. En multifunctioneel zoals alleen een vrouw kan zijn heb ik ook de hele dag in nauw whatsappcontact gestaan met mijn vriendinnen die een dagje Huishoudbeurs deden.

Tja, de Huishoudbeurs. Niet echt mijn habitat natuurlijk, want ik ben de grootste kluns en luilak als het gaat om het huishouden. Het interesseert me niet en daarom ben ik er zo slecht in. Dus naar zo’n hallencomplex gaan waar men handigheidjes voor het huishouden aan de vrouw brengt is echt niks voor mij. Maar dit jaar was het allemaal een beetje anders. Op beautyblogs had ik vorig jaar al gelezen dat er ook nagellak verkocht werd. Toen de meiden gingen heb ik gevraagd of ze wat lakjes voor me wilden meenemen. Helaas was de deelnemerlijst nog lang onzichtbaar op de site van de Huishoudbeurs, dus ik wist absoluut niet zeker of er wat te halen viel.

Pas vanochtend in mijn warme bed zag ik dat er wel degelijk nagellakstands waren en ik heb als de wiedeweerga geld overgemaakt naar de vriendin die zich steeds meer opwerpt als mijn personal shopper. Gelukkig houdt ze zelf ook van nagellak, maar ik besef heel goed dat ik maar bof met zo’n fijne vriendin. En zo liepen er twee meiden te speuren naar leuke lakjes. Allebei stuurden ze berichten met mooie foto’s erbij en er werd zelfs gebeld als ik wegens een sanitaire stop even niet snel genoeg antwoordde op de vraag welke kleuren ik prefereerde. Ontzettend lief van mijn vriendinnen, die zelf ook de nodige aankopen wilden doen. Daar lag ik op de bank als een lui prinsesje terwijl mijn nagellakstash behoorlijk werd uitgebreid.

Binnenkort heb ik er weer heel wat bij en dan kan ik echt niet meer onder de aanschaf van Helmer 3 uit. Als ik slim ben neem ik nummer vier ook maar meteen mee. Want nu zit alles erg opgepropt in de laden en het is soms handiger om iets meer ruimte tussen verschillende merken te houden. Soms zou ik alles wel op kleur willen sorteren. Online valt vast wel een handleiding te vinden die me vertelt welke kleuren en tinten ik het best bij elkaar kan zetten. Maar ik ben behalve lui ook erg tuttig en ik vind het leuk om in één oogopslag te kunnen zien hoeveel ik van een bepaald merk bezit. Weer zoiets onnuttigs waar ik dol op ben- eigenlijk is dat hele nagellakgedoe grote onzin natuurlijk.

Niet dat ik erover peins te stoppen met het dragen en verzamelen van nagellak, hoor. Als ik mezelf een beetje ken heb ik wel een hobby nodig en ik ben veel te lui om een nieuwe te verzinnen. Daarbij vind ik nagellak gewoon erg leuk. Het aanbod aan kleurtjes en finishes is schier onbeperkt en het is een fijne bijkomstigheid dat mijn handen er een stuk netter van gaan uitzien. Maar ik weet niet of het nou wel zo netjes van me is dat ik mijn vriendinnen op hun schaarse vrije dagen langs nagellakcounters jaag. Dus neem ik mezelf voor om volgend jaar op een mooie zondag naar de Huishoudbeurs te gaan. Dan sta ik bijtijds op, trek ik een paar comfortabele schoenen aan en vertrek met een trolley voor de nagellakaankopen naar zo’n gigantisch complex vol uitgelaten vrouwen en een enkele meesjokkende man om misschien thuis te komen met een wondermiddel voor het schoonmaken van mijn Helmers.

 

 

 

Dag 802: Doel 101 (Grrrrr)

Vanochtend had mijn man een goed idee: we zouden geheel vrijblijvend gaan kijken bij een dierenasiel. Hij had inderdaad een heel aantrekkelijke hond gespot op de website, maar we gingen alleen kijken. Jaja, zeventien jaar geleden kwam hij ook alleen maar bij me eten en ik zit nog steeds aan hem vast. Maar goed, ik wist al dat je niet zomaar een hond aanwijst, je pinpas laat kreunen en dan met je nieuwste BFF naar buiten huppelt. Maar voor de zekerheid trok ik wel een leuk rokje en mooie schoenen aan, want je wilt er toch op je paasbest uitzien als je misschien je aanstaande huisgenoot gaat begroeten.

Dat had ik dus beter niet kunnen doen. De asielmedewerkster lachte al zo smalend toen mijn man vertelde niet met honden opgegroeid te zijn en dat hij iedere dag naar Cesar Millan keek. Deze mevrouw was vast van de school Martin Gaus die minachtend neerkijkt op de Mexicaanse Amerikaan die honden graag als honden behandelt. Toen zij vernam dat mijn man zijn oog had laten vallen op een boerboel, zo’n fijne Zuid-Afrikaanse hond die vee tegen grote katten beschermt, keek zij wat meewarig. En zij vertelde gelijk dat zo’n hond niet bij iedereen geplaatst mag worden. Eerlijk gezegd kan ik me goed voorstellen dat die hond met het uiterlijk van een leeuwin beter niet in de handen van een malafide autoverkoper kan komen die uitlaatdieven te grazen wil laten nemen. Verkeerd gedacht.

Nadat ze ook nog eens naar de kinderen keek (er was een vriendje mee) alsof ze nog nooit zulke kleine volwassenen had gezien was ik aan de beurt. We stonden toen inmiddels naast de kooi waarin een dot van een hond stond. Hij zat wel wat raar te piepen (Cesar, wat betekent dat?), maar leek verder uitermate rustig. Ons werd verteld dat het schatje al bijna acht jaar oud was en dat het ras niet bekend stond om de stokoude exemplaren. Tja, mij maakt het niet uit. Liever een jaar dolgelukkig met een hond die bijdraagt aan de gezelligheid thuis dan helemaal niks. Jammer maar helaas: de dame die hoogstwaarschijnlijk meer van dieren dan van mensen houdt had haar oordeel al geveld. Haar ogen gleden vliegensvlug van mijn lange haren, opgemaakte gezicht, lijf maat 36 naar het Stella McCartney rokje en mijn hooghakte schoenen. Afgekeurd.

Mijn man zag ze dan wel zitten, want die is bijna twee meter lang en lekker breed. Maar ja, in mij zag ze overduidelijk de zwakste schakel en dus ging het feest mooi niet door. To add insult to injury  kregen we ongevraagd advies over de hondensoorten die ze wel geschikt achtte. Stilletjes moest ik lachen toen ik het gezicht van manlief zag toen ze aankwam met de onvermijdelijke lievelingetjes voor happy families, de labrador en golden retriever. Toen de opgesomde rassen allengs kleiner werden heb ik waarschijnlijk gezucht en bij en natuurlijk de chi… ben ik mentaal afgehaakt. Onfatsoenlijke opmerkingen maken over Paris Hilton kan je tegenwoordig niet meer maken in deze contreien, want ze is al samen met de wereldberoemde plaatjesdraaier in een plaatseljke snackbar gespot. Maar ik dacht het wel- hier komt geen ratachtige in huis en voor een adhdog ben ik niet erg geschikt.

Met de spreekwoordelijke staart tussen de benen zijn we afgedropen. Hier viel geen hond te scoren. Overigens vermoed ik dat die mevrouw ons geen enkel huisdier waard achtte, want we werden ook niet uitgenodigd eens bij de katten te gaan kijken. Waarschijnlijk had ze me nog te tuttig gevonden voor een hamster. Om bij te komen van dit uiterst onaangename bezoek zijn we nog even langs het lokale dierentehuis gegaan. Daar moest men smakelijk lachen om de negatieve adviezen die we naar het hoofd geslingerd hadden gekregen. Maar helaas, ook daar was er niets dat bij ons zou passen. Er waren wel leuke, maar die hadden dan weer een hekel aan kinderen. Deze keer heb ik maar niet gegrapt dat ik dat ook weleens heb.

Mijn man was ontzettend pissig. Wel grappig dat hij in zijn boosheid juist de fijnste complimenten uitdeelde. Hij vond het absurd dat ik niet in aanmerking kwam voor een grote sterke hond terwijl ik jarenlang les heb gegeven aan knullen die drie koppen groter waren en bij wie de testosteron uit de oren kwam. Papa is groot, maar mama heeft een grote mond, zei hij tegen het hevig teleurgestelde kind. Toen ik half-serieus opperde dat hij de volgende keer maar in zijn eentje een hond moest gaan uitkiezen verwierp hij die opmerking onmiddellijk. Als asielmedewerksters niet door hebben dat zijn vrouw een sterk karakter heeft zijn ze dom. Maar wel erg machtig. Misschien ga ik de volgende keer mee met mijn haar in een slordige staart, onopgemaakt en in het dikke wintersportjack van het kind. Wellicht kan ik nog ergens een spijkerbroek lenen en dan gaan we eerst langs het tuincentrum voor een paar feestelijke klompen. Als dat niet helpt ga ik oefenen op een fijn accent en biets ik een peuk van mijn man. En dat allemaal voor een hond die alleen maar wil dat ik hem strak hou, eten geef en uitlaat. Lekker op mijn Manolo’s.

 

 

 

Dag 801: Doel 97 (Waargebeurd)

Als een film wordt aangeprezen onder de noemer waargebeurd verhaal heb ik direct geen zin meer om te kijken. Voor mij is het niet nodig dat een rolprent gebaseerd is op ware gebeurtenissen, want het maakt het voor mij echt niet indringender. In het echte leven gebeuren vaak gekkere dingen dan een scenarist kan bedenken. Daarbij hebben vooral de televisiefilms die enorme aantallen kijkers treffen omdat de verhalen echt gebeurd zouden zijn altijd zo’n nare ondertoon. Het gaat nooit eens over iemand die tijdens het boodschappen doen per ongeluk de inhoud van de verkeerde boodschappenkar afrekent en daardoor een mislukt feestmaal gaat opdienen of zo. Het is altijd superdramatisch en zielig en blijkbaar is het predikaat waargebeurd vaak een aanwijzing dat het hier om een tranentrekker van jewelste gaat.

Films over de levens van mensen die later veel stof hebben doen opwaaien zijn ook meestal prut. Zeker als de hoofdpersoon zich met de verfilming heeft bemoeid, want niemand hangt de vuile was graag buiten. Nieuwsgierig gemaakt door Bob Dylan die in het nummerHurricane zong over een bokser die twintig jaar onschuldig in het gevang had gezeten keek ik uit naar de film waarin Denzel Washington de rol van Rubin Hurricane Carter speelde. De sportieve knul uit het protestlied kwam opeens naar voren als een behoorlijk onaangenaam kereltje. Het gaf mij het gevoel dat er gezinspeeld werd op veel onplezieriger details en uiteindelijk heb ik de film niet eens afgekeken.

Van autobiografieën moet ik ook niet zoveel hebben. Schrijvers zullen echt niet het achterste van de tong laten zien en men zal ongetwijfeld hier en daar wat wegpoetsen. Een boek dan presenteren als nonfictie vind ik dan toch enigszins leugenachtig. Het geeft de lezers ten onrechte het gevoel dat ze de volledige waarheid zitten te lezen terwij dat niet zo is. Verander er dan meerdere details aan, laat een zusje weg en verzin een derde hond en verkoop het dan als een roman. Maar ja, dat trekt vast niet zoveel nieuwsgierige lezers. Want blijkbaar kicken heel veel mensen erop om te weten wat er echt gebeurd is. Geef mij dan maar een boek als The Autobiography of Alice B. Toklas, geschreven door haar levensgezel Gertrude Stein.

En toch ben ik er zelf ook ingetrapt, hoor. Als jonge vrouw was ik helemaal idolaat van Anaïs Nin die wereldberoemd werd met haar dagboeken. Achteraf blijkt dat ze haar dagnotities behoorlijk had aangepast om de boel wat smeuïger te maken. Opeens werd zij van vrijgevochten vrouw een wat neurotisch type dat het bed deelde met iedere man die ze interessant vond. Zelfs haar persoonlijke leven had ze zo geregisseerd dat ze twee aparte levens leidde- in Los Angeles met Rupert Pole en aan de andere kant van het land had ze Hugh Guiler. Met beide mannen was ze overigens getrouwd, maar dat wist ze heel sneaky stil te houden. Als je dat eenmaal weet zijn haar dagboeken net zo leuk, maar je voelt je als lezer wel bedonderd. Sindsdien geef ik geen snars meer om de verkoopstunt dat iets waargebeurd zou zijn. Een boek of film kan goed of slecht zijn en dat hangt wat mij betreft niet af van het waarheidsgehalte van de beschreven gebeurtenissen.

Zelf zou ik trouwens niet voor honderd procent openhartig zijn over mijn leven. Dat ik het hier heb over mijn mannen is al erg zat, maar ik ga al te persoonlijke details natuurljk niet prijsgeven. Soms zou ik het wel willen, hoor. Al is het maar om te bewijzen dat in het leven van tuttige oude vrouwen soms dingen gebeuren die je eerder verwacht in een goedkope en slechtgemaakte televisiefilm op zo’n zender met sensationele programma’s. Maar als ik schrijf over alles dat mij bezighoudt ga ik mensen kwetsen en vijanden maken. En dat behoort nou eenmaal niet tot de 101 doelen die ik destijds bedacht. Voor voetbalellende heb ik een voetbalmoederblog en de rest gaat fijn mijn dagboek in. Dat ik nooit en te nimmer zal publiceren of zal laten verfilmen. Nou ja, dan hoeft Selena Gomez zich niet net als Renee Zellweger en Robert de Niro vol te vreten.

Dag 800: Doel 101 (Kiezen)

Sinds we iedere dag naar Cesar Millan kijken krijgen we steeds meer de behoefte aan een huisdier. Als we verstandig zijn houden we het bij wandelende takken, maar zo’n hond lijkt ons ook wel wat. Dachten we in het begin nog dat we voor een hoop geld een piepjonge pup van een betrouwbare fokker zouden kopen, nu snappen we dat het veel beter is om het asiel eens aan te doen als we werkelijk voor een hond gaan. Het dierentehuis zit vol met afgedankte honden en als we de hondenfluisteraar moeten geloven kunnen die makkelijk van irritante trekjes verlost worden. Dus is het helemaal niet nodig om een hondenbaby te nemen omdat je die nog zo lekker kunt vormen.

Het lijkt me trouwens vreselijk moeilijk om een hond uit te kiezen. Hoogstwaarschijnlijk ben ik geneigd veel te veel te letten op uiterlijkheden en dat is eigenlijk niet bijzonder verstandig. Maar ja, ik wil dus absoluut geen hond die ik niet aantrekkelijk vind. Dan kunnen mensen me wel vertellen dat dat oppervlakkig en dom is, maar het moet natuurlijk wel liefde op het eerste gezicht zijn. Goed, met liefde in tweede instantie neem ik ook genoegen. De honden waarop ik val zijn veel te stoer, sterk en eigenwijs voor mij- waarschijnlijk werkt mijn selectieprocedure net zo als meer dan zeventien jaar geleden toen ik mijn man uitkoos. En er zijn zeker momenten geweest dat ik hem graag aan een boom vastgebonden had achtergelaten in het park.

Wat moet het lastig zijn om langs kooien met honden te lopen. Te stil is niet goed, exemplaren die bijkans door het hek heenspringen moet je dan ook weer niet hebben. Wanneer is een hond in balans? En wat voor hond past goed in ons gezin? Geen idee- ik zal mijn leven als hondenbezitter waarschijnlijk net zo beginnen als mijn loopbaan als moeder: completely clueless. Het klinkt alsof ik lollig wil doen, maar toen ik op mijn zesendertigste een pasgeboren kind zag vroeg ik wanneer de oogjes open gingen. Gelukkig ben ik het vergeten, maar ik schat dat mijn verblijf op de roze wolk slechts een half uur geduurd heeft. Die fout gaat dit ezeltje niet nog een keer maken.

In de voorjaarsvakantie wil mijn man naar een dierenasiel gaan. Alleen om te kijken, schat-en volgens mij gelooft hij het zelf nog ook. Maar ik weet beter: wij gaan daar zo verliefd worden op een hond dat we op een zaterdagmiddag halsoverkop allerlei hondenbenodigdheden in huis moeten halen. Op internet hebben we al meerdere robuuste honden voorbij zien komen. Geheel volgens verwachting zijn al die dieren voorzien van een uiterst stoere naam. En dat wil ik dus echt niet. Een naam zegt namelijk meer over de eigenaar dan over de hond zelf en ik wantrouw hondenbezitters die brullen naar Tarzan,TysonKiller of Rambo. Negen van de tien keer is de schreeuwlelijk dan een sukkelig type dat zich een hele vent voelt met zo’n potentiële vechtmachine aan zijn zijde.

Maar mijn man kijkt stiekem ook op de pagina’s met katten. Als ik naar zijn zoekgeschiedenis gluur valt het me op dat hij in het geniep gluurt naar zwarte katten. Hij mist zijn kleine meid Stanley heel erg en ik vraag me af of een hond dat gemis kan verhelpen. Ondanks het feit dat hij ook erg veel van Franklin en en Tyson hield kan hij het zichzelf nauwelijks vergeven dat hij Stanley op een dag verblijdde met twee broertjes. Vanochtend vond ik een fotoalbum met kiekjes van de eerste dag dat we drie katten hadden. Op die dag begon Stanley vreselijk lastig te doen en pas een jaar later was ze gewend aan die kleine ettertjes. Nu ze er al een paar jaar niet meer is beginnen we opeens te praten over de vele leuke dingen die ze deed. Het is dus tijd voor een nieuw huisdier.

Kiezen- ik ben er verschrikkelijk slecht in. Vaak ben ik blij dat ik geen keuze heb. Stel je voor dat het mogelijk was geweest te kiezen of je een zoon of dochter kon krijgen. Terugdeinzend voor de keuze zou ik hoogstwaarschijnlijk kinderloos gebleven zijn. Op dit moment weet ik niet eens zeker of ik wel een huisdier met bijbehorende verantwoordelijkheden wil. Maar omdat mijn man er klaar voor is wil ik me wel aanpassen. Wordt het een hond of toch een kat? Het is dat ik al vijftig ben en geen trek heb in gebroken nachten en de kans op een huilbaby of de zorgen om een special needs kindje, maar anders zou ik het liefst een baby hebben. Gelukkig is mijn man een stuk realistischer en dus heb ik over een tijdje waarschijnlijk een pitbull die Herman heet of een rode kater die luistert naar de naam Elvis.

 

 

 

 

Dag 799: Doel 97 (Reizen)

Reislustig ben ik nauwelijks en avontuurlijk al helemaal niet. Aan verre reizen naar landen waar je met een beetje pech buikloop krijgt als je er eet moet ik niet denken. Mijn aversie tegen warme landen waar ik de hele dag amechtig rond zou sloffen heeft ervoor gezorgd dat ik niet eens in het geboorteland van mijn ouders ben geweest. Overigens heb ik er wel even over getwijfeld om samen met mijn vader en mijn man eens een kijkje te nemen, maar nu kan dat niet meer. Mijn vader was degene die ons vele verhalen had kunnen vertellen en we zitten niet te wachten op de toeristenpraatjes die lokale gidsen afsteken als we daar zonder familielid gaan rondlopen.

Een paar jaar geleden ging iedereen opeens naar Australië en Nieuw-Zeeland. Tussen afstuderen en het krijgen van kinderen moest er blijkbaar heel plichtmatig gereisd worden. Dat ik er geen behoefte aan had werd gek gevonden, maar ik kon mijn lachen nauwelijks inhouden als ik keer op keer dezelfde vakantiekiekjes mocht bekijken. Men had volgens mij dezelfde reisgids als leidraad gezien en als er niet steeds verschillende mensen op de foto’s hadden gestaan had ik kunnen betwijfelen of iedereen wel echt was afgereisd. Zuid-Amerika is ook erg populair en ik heb dan ook meerdere uitgebreide reportages mogen zien over tochten door de jungle. Met fijne close-ups van het ongedierte dat je daar tegenkomt. Niet mijn kopje thee dus.

Het is echt niet zo dat ik volslagen ongeïnteresseerd ben in de rest van de wereld, hoor. Maar ik ben een beetje ongeschikt voor verre reizen. In het vliegtuig ben ik doodsbang en dat betekent dat ik bestemmingen op meer dan een uur vliegen niet aandurf. Daarbij is het onmogelijk om licht te reizen. Een paar dagen schoolexcursie deed ik niet zonder een hutkoffer en een fikse trolley voor mijn schoenen. Daar kwam natuurlijk nog een beautycase bij en dat hield in dat ik iedere keer als we verkasten een beroep moest doen op een welwillende leerling voor het dragen van een koffer. En als ik langer wegga dan vijf dagen kom daar nog veel meer bij. Gelukkig heb ik tegenwoordig een iPad vol boeken, want normaliter reken ik voor de zekerheid toch op een boek per dag.

Zelfs in mijn eigen land ben ik niet veel verder gekomen dan het bekijken van bollenvelden, hunebedden, windmolens en een enkele grot. We gaan weleens een weekje in een vakantiehuisje zitten, maar ook daarheen sleep ik gigantische hoeveelheden rotzooi met me mee. Mijn man was dat een beetje zat, want hij had geen zin om avondenlang Monopoly, Triviant of Mens-erger-je-niet te spelen. Dus boekte hij de laatste keer een heerlijk luxe huisje met sauna en zonnebank. Dat scheelde wel een halve kofferbak aan spullen die  de lange avonden moesten opleuken.

Waarschijnlijk ga ik pas lange en verre reizen ondernemen als ik heel veel geld heb. Dan kan ik in mooie hotels logeren waar ze van alles hebben dat ik niet van huis mee hoef te nemen. En natuurlijk kan ik me dan permitteren om veel zwaardere koffers het vliegtuig in te krijgen, want dan leg ik zonder blikken of blozen dikke stapels bankbiljetten neer omdat ik zonodig mijn halve garderobe wil meezeulen. En als ik dan toch moet vliegen doe ik dat lekker business class waar ik me volgooi met champagne tegen de angst voor neerstorten. Nou ja, voorlopig gebeurt dat niet, want daarvoor leven we te comfortabel. Geen buikriemen aan om te sparen voor een superluxe vakantie- ons leven is iedere dag een beetje vakantie.

Als het er later van komt is het mooi, als we niet verder komen dan Europa is het al heel wat. Kennissen en vriendinnen maken heel wat kilometers rond de hele aardbol en hun verhalen hoor ik graag. Binnenkort gaat een medevoetbalmoeder een weekje naar Miami en ze is van plan daar gruwelijk veel te shoppen. Ja, ook voor nagellak, want daar is ze zelf ook dol op. En nu mag ik een verlanglijstje maken en als zij iets tegenkomt dat erop staat heb ik mazzel. Op deze manier en dankzij het bestaan van webshops kom ik aan nagellak die van de andere kant van de wereld komt.

Op mijn werkkamer heb ik een mooie presse-papier staan, een in perspex gegoten globe. Het is vast de bedoeling dat je er naar kijkt en vol enthousiasme bedenkt naar welk land je de eerstkomende vakantie gaat afreizen. Nou, ik vind het een verrekt handig ding, want je kunt hier zo fijn je vingers op leggen bij het lakken van je nagels. Op deze manier heb ik iedere dag de wereld in mijn keurig gemanicuurde handen.

 

 

Dag 798: Doel 26 (Romantiek 101)

Als ik vandaag een euro had gekregen voor iedere keer dat het woord Valentijn op mijn netvlies verscheen had ik een splinternieuwe Helmer met inhoud kunnen aanschaffen. De social media stonden er bol van en ik heb me erover verbaasd en lichtelijk geërgerd. Wat een commercieel gedoe allemaal. Het ergst vond ik de hooggespannen verwachtingen van mensen die al jaren niet meer in Sinterklaas, Kerstman, Paashaas en Tandenfee geloven. Toch dachten ze dat hun geliefde juist op deze dag met het ultieme presentje zou komen. Misschien hadden zij daarvoor wel maandenlang hints gegeven om op 14 februari hartkloppingen te veinzen bij het openscheuren van het feestelijke inpakpapier.

Het is duidelijk dat ik niet bijzonder romantisch ingesteld ben. Mijn man noemt mij zelfs afstandelijk. Dat klinkt niet bijzonder plezierig, maar ik vrees dat hij gelijk heeft. Het is niet dat ik een koud hart heb, maar ik wil wel toegeven dat ik eigenlijk tot op het bot verwend ben. Mijn hele leven lang kreeg ik wat ik graag wilde. Tot op zekere hoogte dan, want ik heb nooit een Arabische volbloed mogen uitpakken. Maar mijn ouders stonden altijd voor me klaar en wat binnen het budget lag werd voor me aangeschaft. Over aandacht en steun heb ik nooit te klagen gehad en wellicht ben ik daardoor enigszins blasé geworden. Helaas ben ik ook erg vergeetachtig en niet bepaald attent- op mij hebben de commercie en zieltogende winkeliers weinig vat.

Nu begint het kind steeds meer aandacht te schenken aan meisjes en het is een kwestie van tijd dat hij voor het eerst verliefd wordt. Hopelijk heeft hij niet al te veel van die genen van mij die garant staan voor menige faux pas op relationeel gebied. Moet ik hem nou op het hart drukken dat hij vrouwen moet geven waar zijn moeder niet naar taalt? Mijn verjaardag vind ik behalve het feit dat ik blij ben dat ik nog leef niet bijzonder belangrijk. Geen enkele behoefte aan een knalfeest heb ik en het liefst heb ik het er niet over. Er zijn meerdere gelegenheden geweest dat hij er niets van gemerkt heeft dat ik verjaarde. Voor mij hoeft hij geen tekeningen te maken, gedichtjes op te zeggen en cadeautjes te kopen met het geld van zijn vader. Iedere dag dat ik hem om me heen heb is het voor mij feest.

Overigens is mijn man ondanks zijn stoere uiterlijk wel degelijk attent en lief. Perfect is hij niet, hoor. Er zijn momenten geweest dat ik hem graag met de kraakwagen mee had gegeven. Maar als het gaat om kleine en grote attenties is hij geweldig. Regelmatig bakt hij overheerlijke chocoladecakes met studentenhaver of pecannoten voor me en brengt hij me met de auto waar een lijnbus me ook zonder problemen zou brengen. Soms koopt hij bespottelijk dure cadeaus voor me, voornamelijk gadgets die ver boven mijn budget gaan. Daar voel ik me soms weleens schuldig over, maar hey, I’m worth it!

Vandaag was ik het eens een keer die met een kleinigheidje kwam op Valentijnsdag. Nou ja, ik had nog maar een tientje in mijn portemonnee en het toeval wilde dat de drogist een fijne aanbieding had zodat ik hem kon verblijden met twee flessen badolie. Dat is in ieder geval iets dat hij helemaal voor zichzelf heeft, want ik ga nooit in bad. Maar ik heb er wel bij gezegd dat hij eigenlijk een sportauto, diner bij Noma en een nachtje met Shakira waard was. Toen we later bij de supermarkt in de rij stonden viste hij opeens een doos bonbons uit een bak. Hij vroeg ik zin had in chocolade en voordat ik ja had geknikt had hij het al teruggelegd. Nee, je mag straks wel nagellak uitzoeken, besloot hij. Hij is toch de man van mijn dromen en ik hoop dat hij met het kind niet alleen over sex en de gevaren van chatten gaat praten, maar dat hij hem ook inwijdt in de geheimen van de romantiek.